Esther, radiodiagnostisch laborant, is zoveel méér dan ‘die dame die even een foto maakt’ - DMU

Esther, radiodiagnostisch laborant, is zoveel méér dan ‘die dame die even een foto maakt’

Op de dag van de liefde staan we stil bij een bijzondere vorm daarvan: de liefde voor je vak. Esther, onze collega op de afdeling planning, werkt al zes jaar als radiodiagnostisch laborant. Ooit begon ze bij de Tjongerschans in Heerenveen, later ging ze naar het Medisch Centrum Leeuwarden (MCL). Tegenwoordig reist ze speciaal naar Rotterdam om, naast haar baan als planner bij DMU, de nodige uurtjes in het Maasstad te maken. Niet voor lang meer. Haar liefde voor het vak is zo groot, dat ze vanaf maart weer volledig aan de slag gaat als radiodiagnostisch laborant. Op haar oude stek in het MCL.

Op de vraag wat haar vak zo mooi maakt, reageert Esther enthousiast: ‘Alles eigenlijk. Ik vind het geweldig om zoveel leuke dingen mee te maken en steeds weer nieuwe mensen te ontmoeten.’ Als radiodiagnostisch laborant onderzoek je patiënten met behulp van medisch beeldvormende technieken. Van röntgen en echografie tot CT’s en MRI-scans. Door die breedte van bezigheden krijg je te maken met veel verschillende patiënten, afdelingen en collega’s. Esther: ‘Het ene moment sta ik op de Spoedeisende Hulp om een binnengekomen trauma op te vangen. En het volgende moment maak ik deel uit van een OK-team, omdat er tijdens een operatie tóch nog een foto gemaakt moet worden. Of ik word op Intensive Care verwacht, met een mobiel röntgenapparaat, omdat de patiënt te ziek is om bij ons te komen.’

Iedereen staat er echt voor elkaar

De passie straalt ervan af, als ze vertelt over de sfeer in het ziekenhuis en op de afdelingen, over de synergie onder de collega’s. ‘We zijn meer dan een team, soms voelt het zelfs als familie. Maar dan wél eentje waarin de mensen precies weten wat je meemaakt. We hebben een onverklaarbare band. Iedereen, van schoonmaakster tot chirurg… Iédereen staat er echt voor elkaar. Want we respecteren elkaar. En dat geeft enorm veel energie.’

Uit de hand gelopen schouderblessure

Waar de oorspronkelijke liefde begonnen is? Daar heeft Esther een heel helder antwoord op. ‘Ik heb vroeger enorm veel en lang last van een schouderblessure gehad. Hierdoor was ik ontzettend veel in het ziekenhuis te vinden. Ik werd langzaam verliefd op de sfeer, de mensen. Ze waren stuk voor stuk zo lief en behulpzaam. En ik vond het allemaal enorm interessant. En wilde maar wat graag weten wat zich achter die, voor de patiënt, gesloten deuren afspeelde. Vanaf dat moment wist ik wat ik wilde worden. En ben me toen gaan verdiepen in de opleidingen die ik nodig had om hier ook ooit aan de slag te kunnen.”

Leren, elke dag opnieuw

Esther vertelt verder over haar vak en haar leerproces, waarin ze elke dag weer nieuwe stappen zet: ‘Ik krijg de meest uiteenlopende mensen te zien. En iedereen heeft zo z’n eigen verhaal. Soms oordeel ik te snel en heb ik van iemand al een beeld gevormd, nog vóór ik hem of haar gesproken heb. Dit door enkel oog te hebben voor de feiten. Want ja, die krijgen wij doorgaans eerst te zien. Af en toe moet ik daar achteraf dus even keihard op terugkomen… Dat blijft in mijn ogen heel bijzonder.’

Allemaal willen we mensen helpen

Net als haar collega’s heeft Esther een groot zorg-hart. ‘Ik denk dat wij dat gemeen hebben met elkaar. De één zal het meer uiten dan de ander. Maar iedereen in de zorg wil voor een ander zorgen en mensen helpen. Op een gemiddelde dag ben ik zoveel méér dan ‘die dame die even een foto maakt’. Voor de ene persoon ben ik een luisterend oor, voor de ander een vertrouwenspersoon. En bij weer een ander ben ik degene die de zorgen wegneemt op een toch wel spannend moment. Geen patiënt is gelijk. En wat voor mij dagelijkse kost is, kan voor een patiënt enorm ingrijpend zijn.’

 Bewust empathie oproepen

Ook elk trauma is anders,’ gaat Esther verder. ‘Ik kom natuurlijk niet alleen maar botbreuken tegen. Ik maak ook de scans, waarna sommige mensen te horen krijgen dat ze ernstig ziek zijn. Of dat de ziekte die ze dachten te hebben overwonnen, helaas tóch weer terug is in hun lichaam. Dat is niet niks. En daar moet ik mijzelf zo af en toe bewust van maken. Door die empathie op te roepen, kan ik mijn vak als radiodiagnostisch laborant – of eigenlijk: hulpverlener – nóg beter uitoefenen, vind ik.’